Veel gestelde vragen

Hoe gaat dat in z’n werk… begeleid worden door Bureau Scriptiehulp? Natuurlijk kun je onze algemene voorwaarden erop naslaan, maar over de dagelijkse gang van zaken bij een begeleidingstraject vind je hier ook antwoorden. Geen zin om te lezen? Stel dan gewoon je vraag.

We houden van no-nonsense. Je betaalt voor begeleiding, niet voor back-office of een duur pand in het centrum, toch? Bij ons gaat er geen geld op aan het najagen van studenten die hun factuur niet betalen, of aan dure bedrijfsruimte. Dat brengt een wat eigenwijze werkwijze met zich mee: bij ons betaal je vooraf, en als we op locatie afspreken, is dat op een rustige, openbare locatie die geen geld kost (en goede koffie schenkt!). Je contact verloopt voor 99% met je directe begeleider, afspraken plan je samen.

Je moet afspraken uiterlijk 48 uur vantevoren afzeggen. Wij hebben ook een agenda. En die is overvol. Op het tijdstip waarop we tijd voor je vrijgehouden hadden, hadden eigenlijk ook wel drie andere studenten begeleiding willen krijgen. Zijn er omstandigheden waardoor je niet eerder kón afzeggen, of ben je onderweg maar hebben de NS weer eens een van hun nukken en laat je dat tijdig weten vanuit een naast een weiland stilstaande trein, dan zijn we doorgaans echt de flauwste niet.

Die vraag krijgen we best weleens. En we zouden het misschien nog wel kunnen. Maar dat doen we niet. Het moet wel jóúw scriptie blijven, en het hele verhaal voor je opschrijven is fraude. Dus als dat je wens is… probeer dan elders.

Tekst redigeren, dat is wat anders. We redigeren zowel op inhoud als op taal. Bij inhoudelijke redactie gaan we na of de tekst in zichzelf klopt en of er geen rare redeneringen in zitten. We kijken ook of de informatie in de juiste volgorde wordt aangeboden, en of er informatie ontbreekt. Bij taalkundige redactie letten we op het gebruik van correct Nederlands.

Omdat we vinden dat slagingspercentages niets zeggen. Bureau Scriptiehulp begeleidt relatief veel studenten voor wie studeren extra moeilijk is, bijvoorbeeld omdat ze faalangstig zijn. Of studenten bij wie we vantevoren al aangeven dat de kans van slagen gering is (‘Maar we kunnen het wel proberen!’). Er zijn ook studenten die wel een omeletje willen eten, maar geen eitjes durven breken. Ofwel: die wel begeleiding willen, maar vinden dat je een scriptie van 18.000 woorden best in een uur van commentaar kunt voorzien. Of studenten die tot op het merg gedemotiveerd zijn, maar met wie we proberen of er, één laag dieper, toch nog een sprankje motivatie zit. Dat lukt niet altijd. Soms komt de hulpvraag te laat. Kortom: er zijn allerlei goede redenen waarom slagingspercentages geen goede graadmeter zijn. En daarom vermelden we ze niet.

Nooit. We garanderen dat we ons zo goed mogelijk inspannen om je te helpen. Maar uiteindelijk zijn wij niet degene die je beoordelen. Docenten zijn net mensen: ze hebben allemaal zo hun eigen voorkeuren en grillen, en het is onmogelijk om daar honderd procent op te anticiperen. Zo maakten we mee:

  1. Een docent let totaal niet op spelfouten.
  2. De docent was er heel stellig in: ‘Het opstellen van deelvragen doen we niet in de master.’
  3. Een docent sommeerde z’n student p-waardes van kleiner dan nul te hanteren ‘om er absoluut zeker van te zijn dat de hypothese zou kloppen’.
  4. ‘Hoofdvragen mogen niet met ‘hoe’ beginnen’, aldus de docent.

Dat zijn allemaal zaken waar wij toch anders over denken.

Studenten zijn ook maar mensen, en dat is de tweede reden dat we geen goed cijfer kunnen garanderen. Vergelijk het met een atleet en diens coach: een coach kan vertellen hoe je het best moet starten, welke tactiek je tijdens de race kunt aanhouden en wie de sterkste tegenstanders zijn. Maar uiteindelijk loopt de atleet de race.

Zo maakten we mee: een student snapte niet goed wat er in het resultatenhoofdstuk moest, en wat er in de conclusies moest. Na twee sessies van een uur leek het helder. Normaliter is door wat erin beschreven moet worden het resultatenhoofdstuk best omvangrijk, en zijn de conclusies kort en bondig, en dat had bij deze student ook zo moeten zijn. Maar uiteindelijk lag er een scriptie met 1 pagina resultaten, en 7 pagina’s conclusies. ‘Ik weet dat je zei dat het andersom moest, maar ik denk dat het zo toch beter is’, was de verklaring na de vraag waar in de uren begeleiding het misgegaan was.

Deze student droeg helaas niet bij in positieve zin aan ons slagingspercentage.