Probleemstelling, hoofdvraag, deelvragen

Besteed aandacht aan de kern van je scriptie

Je probleemstelling is het meest kernachtige stuk van je scriptie. In je probleemstelling beschrijf je welk probleem jouw onderzoek moet gaan oplossen. Afhankelijk van de opleiding moet je:

  • Een probleemanalyse maken, waarin je beschrijft welke factoren van belang zijn voor het probleem dat je onderzoekt.
  • Een doelstelling formuleren. In veel opdrachtonderzoek is het doel dat je een adequaat advies kunt geven over het oplossen van het probleem in kwestie. Bij wetenschappelijk onderzoek is de doelstelling vaak dat je een bepaald facet van het probleem beter kunt duiden.
  • Een probleemstelling formuleren. Dit is, in één alinea, een beschrijving van het probleem.
  • Een hoofdvraag formuleren. Bij (wetenschappelijk) onderzoek is het altijd zo dat er iets moet worden uitgezocht om het probleem op te lossen. Daarom heeft vrijwel ieder onderzoek ook een centrale vraag of hoofdvraag. Het idee is dat het antwoord op die hoofdvraag bijdraagt aan het oplossen van het probleem uit de probleemstelling. Met hoofdvragen die zijn samengesteld uit twee delen, maak je het jezelf moeilijk.
  • Omdat hoofdvragen vaak nogal fors zijn om te beantwoorden, hebben de meeste scripties een aantal deelvragen.

De meest uitgeklede variant is dat je alleen een hoofdvraag formuleert, maar dat kan eigenlijk alleen maar als er wel een enorm goede inleiding aan voorafgaat.

Er zijn verschillende typen en vormen probleemstellingen en navenante hoofdvragen.

Als je het moeilijk vindt om je probleemstelling goed te formuleren, dan heb je waarschijnlijk last van één van de situaties die hieronder beschreven zijn:

1. Het probleem is niet helder

Je doet opdrachtonderzoek, en je opdrachtgever heeft zelf niet duidelijk voor ogen wat het probleem is of kan zijn. Even opletten… Is je opdrachtgever wel geïnteresseerd in wat je gaat onderzoeken? Als dat niet zo is, hoeft dat geen probleem te zijn. Maar ga goed na of je onderzoek wel uitvoerbaar is en maak het bespreekbaar als je het gevoel hebt dat die uitvoerbaarheid in het geding is. Als de interesse er wél is, doe dan (meer) vooronderzoek.

2. Je kunt niet kiezen

Het komt bijna nooit voor dat studenten een onderwerp zó klein is, dat er met geen mogelijkheid meer iets relevants aan te ontdekken valt. Onderzoeken = afbakenen. Een scriptie voelt voor veel studenten als de kroon op hun studie, maar dat wil niet zeggen dat je hem onrealistisch groot moet maken. Professor Matt Might gaf in een kort gifje (hieronder) uitleg over wat een promotie eigenlijk is, afbakeningsgewijs. Die uitleg is met enige aanpassingen ook geldig voor een scriptie.

3. Het probleem blijft vaag

Ga lezen! Je zit nog in je plan van aanpak-fase. Zolang je je niet theoretisch oriënteert of via beleidsrapporten, verkennende gesprekken en vakliteratuur gaat inlezen op het onderwerp, blijft het vaag. Het kan zijn dat je een onderwerp toegewezen hebt gekregen, en dat dat onderwerp je niet erg boeit. Reden temeer om te gaan lezen. De meeste onderwerpen worden interessanter als je er meer over weet. Kortom: zorg dat je meer gaat weten van je onderwerp, ook al (en juist omdat) je onderwerp nog niet is goedgekeurd door een docent.

4. Je stuit telkens als je het wilt opschrijven op andere moeilijkheden

Dit is een variant op ‘je kunt niet kiezen’. Een scriptie schrijven is een omvangrijk project. Bij omvangrijke projecten stuit je altijd op hobbels. Hoe je je project ook start, er zijn altijd moeilijkheden die je moet zien te overwinnen. Begin dus niet telkens opnieuw met een nieuwe probleemstelling, maar houd vast aan wat je had bedacht en verzin creatieve oplossingen voor de moeilijkheden die dat probleem met zich meebrengt.