Bronnenonderzoek

Voorkom veel gemaakte fouten

Wat vaak mis gaat, is het beschrijven van je resultaten en analyse daarvan als je bronnenonderzoek doet. Het gaat mis, omdat je het idee kunt hebben dat, omdat je bijvoorbeeld geschreven bronnen onderzoek, je ze in je theoretisch kader moet behandelen. Dat is niet juist. In je theoretisch kader geef je een overzicht van wat binnen jouw vakgebied aan wetenschappelijke literatuur is geschreven over het onderwerp van je scriptie. De spraakverwarring ontstaat doordat je ook bij literatuur spreekt over (literaire) bronnen.

Beeld je het volgende onderzoek in:

  • Je doet kunstgeschiedenis, en je wilt vroege afbeeldingen van Sinterklaas analyseren. Je zoekt dan in archieven met oude prenten, en uiteindelijk vind je een paar honderd etsen en gravures.

Beeld je het volgende onderzoek in:

  • Je doet HBO Recht, en je wilt weten langs welke weg we in Nederland tot onze huidige euthanasiewetgeving zijn gekomen. Die ‘weg’ leidt langs jurisprudentie, wetsvoorstellen, kamerstukken, wetten, protocollen enzovoort.

Beeld je het volgende onderzoek in:

  • Je opdrachtgever ziet dat zijn webwinkel goed bezocht wordt, maar dat er in verhouding maar weinig gekocht wordt. Maar hij krijgt er de vinger niet achter hoe dat komt. Je besluit zelf een customer journey-analyse te doen om in kaart te brengen hoe de website functioneert.

Beeld je het volgende onderzoek in:

  • Je wilt weten of in Nederland de discussie over het asielbeleid de afgelopen twintig jaar politiek naar links of naar rechts is opgeschoven en je wilt dat onderzoeken aan de hand van een analyse van berichten over asielzoekers in drie grote kranten.

Of beeld je het volgende onderzoek in (deze komt, invarianten, echt erg vaak voor):

  • Je doet onderzoek in opdracht van bedrijf X, om uit te zoeken hoe zij hun beleid op onderwerp Y kunnen verbeteren. Uiteraard wil je dan weten wat X over Y aan beleid op papier heeft staan. Dat blijken de documenten a, b en c te zijn. Een eerder onderzoek van professor Z toont aan dat bedrijven zoals X in zulke documenten vaak aspect W verzuimen op te nemen.

Wat komt waar in een bronnenonderzoek?

Je hebt bij dit soort onderzoek een corpus van bronnen. Namelijk: die paar honderd platen. Al die juridische stukken. Een website. Honderden krantenartikelen. Of a, b en c. Bronnen zijn geschreven, getekend of gefotografeerd materiaal dat je:

  • (vroeger) kon vasthouden, en;
  • wat je (nu) ook op je beeldscherm kunt raadplegen.

En in deze voorbeelden wemelt het  natuurlijk van de bronnen… maar het is géén literatuur, óók niet als het teksten zijn. Het zijn geschriften of beeltenissen die je kunt en wilt analyseren.

Bij bronnenonderzoek hanteer je, net als bij een enquête of interviews, de volgende richtlijn:

  • In het methodische gedeelte (je research design of onderzoeksmethoden-hoofdstuk) beschrijf je hoe je aan je bronnen bent gekomen. In het voorbeeld van de nieuwsanalyse moet je een selectie maken van alle beschikbare bronnen. Je moet een steekproef nemen omdat je niet álle artikelen van álle kranten zult kunnen bestuderen. In het rechtenvoorbeeld ga je ook niet het hele wetboek doornemen. Je bakent af door alleen de relevante beleidsstukken en artikelen in je onderzoek op te nemen. Je moet in je methode-stuk iets vertellen over relevantie, beschikbaarheid, betrouwbaarheid en validiteit. Die ontstaan, als het goed is, door de manier waarop je het hebt aangepakt.
  • In je resultatenhoofdstuk beschrijf je wat je hebt gevonden. Je beschrijft ook welke betekenis je aan die vondsten geeft. Je geeft die betekenis met behulp van bestaande literatuur. Het helpt daarbij om je bronnen (teksten, Sinterklaas-afbeeldingen, krantenartikelen) daarbij te zien als interviews. Je kunt jezelf de vraag stellen wat je uit dit ‘interview’ hebt geleerd. Wat heeft deze ‘interviewee’  gezegd over je onderwerp?

In het algemenere voorbeeld hierboven geldt dus: de documenten a, b en c zijn in dit onderzoek deel van je corpus. Dus resultatenhoofdstuk. Het onderzoek van professor Z behandel je in je TK. Zijn artikel is immers wetenschappelijke literatuur die je wilt gebruiken om je bronnen te kunnen analyseren. Je gebruikt zijn onderzoek dan ook in je resultatenhoofdstuk om a, b en c te analyseren.

Verwarring 1: spraakverwarring

In boeken over onderzoeksmethodiek wordt aan wetenschappelijk onderzoek ook gerefereerd als ‘bron’. Dat is verwarrend, omdat het daardoor eenvoudig wordt om alles wat in de vorm van letters op papier is gezet dan maar te beschouwen als literatuur. Daardoor wordt de verleiding om al je bronnen in een bronnenonderzoek te behandelen in het TK erg groot.

Verwarring 2: het kan beide

Wat voor de een ruwe onderzoeksdata zijn, kan voor de ander weer literatuur zijn. Kamerbrieven, wetsartikelen, het geldende veiligheidsprotocol binnen een bedrijf (vastgelegd in een pdf) of andere publicaties kunnen in een probleemschets of in een theoretisch kader óók literatuur zijn en mag je daar ook als zodanig opvoeren, met referentie. Je neemt daarbij aan dat wat er in die bron beweerd wordt, voor zich spreekt danwel deel uitmaakt van een wetenschappelijke discussie over je onderwerp die je in je TK wilt behandelen. (In het laatste geval moet je in jet TK ook helder maken welk standpunt jij in die discussie inneemt). Maar niet als je die bronnen vervolgens gaat analyseren omdat je (bijvoorbeeld) wilt weten hoe het veiligheidsprotocol in drie opeenvolgende versies is veranderd om aan een ISO-certificering te voldoen.

Verwarring 3: het structured literature review

Volledigheidshalve: ook wetenschappelijke literatuur kán deel uitmaken van je te analyseren brondata. Dat is zelfs de bedoeling bij metastudies. Je doet dan een structured literature review. Zo’n onderzoek wordt relevant als een onderwerp al heel vaak wetenschappelijk bestudeerd is, maar de resultaten van al die onderzoeken allemaal net anders zijn. Je ziet dit vaak gebeuren in de (para)medische sector. Er zijn boekenkasten vol geschreven over interventies bij een hernia of een tennisarm. Een ander mooi voorbeeld is: ‘De invloed van social media op ons dagelijks leven.’

Bij een structured literature review gaat het erom om al die publicaties een gewogen oordeel te geven. In die zin is het een bronnenonderzoek, maar wel met spcifiek omschreven spelregels. Je moet dan heel precies aangeven hoe je zoekt, welke wetenschappelijke artikelen je includeert of excludeert en – bij de beoordeling van al die artikelen – wat je beoordelingscriteria zijn. Als je dat gedegen en gestructureerd doet, kan je metastudie uitsluitsel geven over het onderwerp. Maar het meeste bronnenonderzoek gaat over niet-wetenschappelijke bronnen. Het protocol voor een SLR is zo specifiek, dat als je het bovenstaande niet enigszins herkent, je géén SLR aan het doen bent.