Interviewen

De kunst van het semi-gestructureerde vraaggesprek

Interviewen is een goede manier om meningen en standpunten te verzamelen voor je onderzoek. Je kunt in een interview die meningen en standpunten immers gaan uitvragen. Maar interviewen heeft ook beperkingen. Waar moet je rekening mee houden?

Over interviewen zouden we uren door kunnen schrijven. We hielden er zelf letterlijk duizenden, en kennen de kneepjes en trucjes om ze zo goed mogelijk te doen door en door. Het voert te ver om ze allemaal te behandelen. Daar komt bij dat niet iedereen dezelfde dingen moeilijk vindt. Daarom vind je hier over de verschillende fases van een interview-onderzoek een paar slimme tips.

In veel studies verricht je onderzoek door mensen te vragen wat ze vinden van een bepaald onderwerp. Dat vragen kun je op verschillende manieren doen. De meest voorkomende manieren zijn een enquête, een focusgroep en het interview. Bij een interview spreek je één op één met een respondent (of interviewee… dat is hetzelfde bij interviews), en heel soms kan een dubbelinterview (dus met twee mensen) werken. Verder ben je vrij om een interview zo te organiseren als binnen je onderzoek goed uitkomt.

Waarom interviewen?

Interviewen kan telefonisch of face-to-face. Interviewen kan je overal doen, zolang het voor de interviewee en voor jezelf comfortabel voelt. Je kunt vooraf vragen bedenken, topics bedenken of helemaal niets bedenken. En omdat je zoveel vrijheid hebt, heb je ook de vrijheid om interviews te houden waar je in je onderzoek later niets mee blijkt te kunnen.

Laten we het interviewproces eens stap voor stap eens doorlopen. Het begint altijd met de waarom-vraag: waarom zou je gaan interviewen? Daar zijn drie inhoudelijke redenen voor: diepgang, omvang en onbereikbaarheid.

  1. Diepgang. Je kunt willen interviewen omdat je wilt kunnen doorvragen. Stel, je wilt weten wat voor respondenten het belangrijkste moment van het afgelopen jaar was. Dat zou je in een enquête kunnen vragen, maar zelfs als het een open vraag is, is de kans op een bruikbaar antwoord gering. Al naar gelang het antwoord wil je kunnen doorvragen: waarom was dat belangrijk? Hoe ontstond dat moment? Wat voor gevolgen had het? Hoe bedoel je dat precies? Wat ging er door je heen?  Kun je dat toelichten? Interviewen geeft diepgang aan je onderzoeksdata, en als je die diepgang nodig hebt valt een enquête meestal af.
  2. Omvang. Als je populatie klein is, ligt een enquête ook niet voor de hand. Omdat er altijd een non-respons is, worden bij een kleine populatie de resultaten van een enquête snel niet-significant. Het heeft niet zoveel zin om een enquête uit te zetten onder de medewerkers van een bedrijf met twintig man personeel.
  3. Onbereikbaarheid. Als je een enquête niet op een zinnige manier kunt uitzetten (stel: je wilt de mening van publiek in een winkelcentrum weten), is een (straat)interview een goed idee. Maar eigenlijk is dat meestal een enquête in face-to-face-vorm.

Voorbereiding

De grootste misser bij interviewen is in de praktijk de voorbereiding. Een interviewreeks begint met jezelf de vraag stellen waar je je respondenten vandaan gaat halen. Moet je bijvoorbeeld klanten van je opdrachtgever interviewen, ga dan na of je toegang hebt tot het klantenbestand. Bedenk ook of je in je populatie nog een scheiding wilt aanbrengen. Dat doe je als je verwacht dat verschillende deelpopulaties verschillend kunnen denken over je onderzoeksonderwerp. Stel je wilt weten hoe het management functioneert binnen een bedrijf, dan is het wel zo verstandig om dat zowel aan het management zelf als op de werkvloer te vragen.

Bedenk welke informatie een interview eigenlijk moet opleveren. Je moet je onderzoeksvragen operationaliseren in interviewvragen. Dat gaat bijvoorbeeld zo: je neemt je onderzoeksvragen als uitgangspunt. Wat zou je allemaal moeten vragen in een interview om die onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden? Het is belangrijk om niet alleen die interviewvragen (of topics) vast te stellen, maar om je ook te bedenken wat de interviewees zouden kunnen antwoorden. Het is een goed idee om na één of twee interviews te evalueren of je topiclijst of vragenlijst voldoet, of dat je hem moet bijstellen.

Als je weet wie de potentiële kandidaten voor je onderzoek zijn, maak dan tijdig afspraken. De meeste mensen hebben niet morgen al tijd voor zoiets. Als je drukbezette mensen in je kandidatenlijst hebt staan, is de goede volgorde: afspraken maken – onderzoeksvragen operationaliseren – interviewen.

Buitengewoon praktisch is om de audio-apparatuur waarmee je de interviews wilt gaan registreren vooraf te bestuderen en vast te stellen of ze naar behoren werkt. Interviews voor een onderzoek neem je op, uitgezonderd straatinterviews.

Tijdens het interview

Mensen vinden het in regel leuk om geïnterviewd te worden. Zorg er wel voor dat ze hun enthousiasme voor het gesprek niet verliezen. Dat klinkt makkelijk, maar er zijn een paar do’s die vaak vergeten worden:

  • Neem de regie. Al zit je met de algemeen directeur van een miljoenenbedrijf om de tafel. Dit. Is. Jóúw. Interview. Interviewees hebben ingestemd met het interview en denken dan vaak: “Ik zie wel wat er gebeurt.” Regie begint met vertellen wie je bent, wat je komt doen en wat je verwacht.
  • Schrijf mee. Hoeft niet woordelijk, want je maakt opnamen. Maar vink op je vragenlijst af wat al aan bod is geweest, en schrijf op voor het zeldzame geval dat de audio het niet doet en voor als je het even niet meer weet (zie ook het volgende punt.)
  • Laat stiltes vallen. Mensen zijn geneigd die stiltes op te vullen. Dat is niet erg: je krijgt extra informatie. Als de stilte wordt veroorzaakt doordat je even niet meer weet wat je moet vragen, doe dan of je nog druk bezig bent met aantekeningen maken en bedenk je intussen wat de volgende vraag moet zijn.

Er zijn ook een paar don’ts waarmee je het jezelf extra moeilijk maakt. Beter maar niet doen:

  • Beginnen met een moeilijke vraag. De reactie is dan: “O, shit. Moet ik dat weten / gaat het hierover? Dat was niet de bedoeling.”
  • Niet luisteren naar het antwoord (met, als gevolg: een vraag stellen die al beantwoord is). Toon oprechte interesse in wat iemand te vertellen heeft.
  • Vragen die getuigen van een slechte voorbereiding. Zorg dat je zelf voldoende weet van het onderwerp waar je het over hebt.

Na het interview

De grootste misser na afloop komt eigenlijk pas boven water als het al te laat is. Wat wij het vaakst zien, is dat in het resultatenhoofdstuk niet te ontdekken is dat het resultaten van interviews zijn.

Maar een paar stappen eerder in het proces zijn er ook een paar lelijke instinkers. De eerste is dat je als onderzoeker de eerste paar interviews alert moet zijn op ‘verborgen gebreken’: topics die niet op je topiclijst staan, maar die wel relevant zijn. Evalueer daarom zeker de eerste twee interviews goed en stel je topiclijst waar nodig bij.

Wat meestal vies tegenvalt, is de tijd die het kost om de audio-opnamen uit te schrijven. Toch is er geen ontkomen aan: vaak merk je tijdens het uitschrijven pas wat er écht gezegd is.

Een goede analyse van interviews kan alleen maar als je de interviews fatsoenlijk codeert en analyseert. Hier verdrinken studenten vaak in de veelheid aan informatie die er na twaalf interviews op je bureau ligt.

Je kunt er speciale software voor gebruiken, maar:

  1. Speciale software zoals Atlas.ti of Nvivo is prijzig.
  2. Als je nooit eerder een interview-onderzoek hebt gedaan, helpt zulke software nauwelijks tegen verdrinken.

Begeleiding

Geen twee onderzoeken zijn hetzelfde. Of je beter vragen of topics kunt verzinnen, hangt af van je onderwerp en ook van jou als persoon. Hetzelfde geldt voor het interview zelf: wat jouw specifieke moeilijkheden zullen zijn, hangt af van wie je bent en wie je moet interviewen. Daarom biedt Bureau Scriptiehulp ook maatwerk begeleiding. Bij interviews adviseren we naar behoefte over het design van het onderzoek, over de steekproef, omvang, voorbereiding of analyse.