Skip to content

Een planning maken...

...voor het schrijven van je scriptie

Een scriptie is vooral zo moeilijk, omdat het voor veel studenten het eerste echt grote project is waar ze mee te maken krijgen. Daar komt bij, dat je het meestal alleen moet doen. Zelfs op de meest verstokte groepswerkstudierichtingen (samenwerken is een belangrijke competentie, dat is waar. Maar als ze dat echt vinden, dan zouden dat soort studierichtingen ook het eindwerkstuk beter in samenwerkingsverband kunnen laten doen) is de scriptie het moment om eens lekker te gaan toetsen wat alle studenten er solo van bakken. En dan wordt planning belangrijk.

Er is goed nieuws en slecht nieuws. Het slechte nieuws is, dat de meeste studies je opleiden voor werk. En omdat de meeste werkgevers dol zijn op projectmatig werken, ga je de competentie ‘project kunnen draaien’ nog wel vaker tegenkomen. Als een scriptie schrijven niet jouw ding is, zorg dan dat je in je latere werk die elementen die niet jouw ding zijn bij anderen onderbrengt. Maar projecten horen erbij… of je dat nu leuk vindt of niet. En dat maakt dat je scriptie ook een uitgelezen kans is om je vaardigheden in planning aan te scherpen.

Planning in drie stappen

Het goede nieuws is: projectmanagement is in de basis niet erg moeilijk, dus als je alle negatief bindende studieadviezen hebt overleefd, dan kan je dit ook.

Je hoeft jezelf maar drie vragen te stellen:

  1. Wat moet er allemaal gebeuren?
  2. Wat is daar voor nodig?
  3. Hoeveel tijd kosten al die taken?

Als je die drie vragen eerlijk voor jezelf beantwoordt, kun je een goede planning maken. En daarmee kom je ook meteen bij fout 1 bij de planning: vergeten te hakken.

Vergeten te hakken

Het doel bij een project is meestal, dat het project slaagt. Maar zo’n doel an sich motiveert helemaal niet. Het is te ver in de toekomst en ook nog eens te vaag. Daar is ons brein niet op gebouwd. Hoe concreter en hoe dichterbij in de toekomst, hoe meer we gemotiveerd zijn om een doel te halen. Het lastige bij een scriptie is alleen, dat dat doel te groot en te veel werk is om het op die manier te bereiken. Als je dat tot het laatste moment laat liggen, dan komt het gewoon niet af. Oplossing: hak je scriptie in stukjes. Stel subdoelen op redelijk korte termijn. Doe dat vooral met de taken die je in de nabije toekomst moet gaan uitvoeren.

Stel, je staat nog helemaal aan het begin van je scriptieproject en je wilt een onderwerp kiezen. Onderwerpen komen doorgaans niet vanzelf aanvliegen, dus voor de nodige inspiratie ga je jezelf vragen stellen als: ‘Wat vond ik leuke vakken tijdens mijn opleiding?’, ‘Bij welk bedrijf zou ik willen afstuderen en waarom?’ of ‘Van het onderwerp dat ik toebedeeld heb gekregen, wat zijn daar nu de interessantste kanten aan?’ Wat de goede vragen zijn, hangt natuurlijk af van je situatie. Als je helemaal vrij bent in je onderwerpkeuze, dan kun je veel meer op je eigen interesse varen dan als je een afstudeerplek krijgt toegewezen.

De taak die dan op je bordje ligt, is: een helder omschreven probleemstelling op papier krijgen. Je kunt dat voor elkaar krijgen door in het wilde weg te beginnen en te bezien waar je uitkomt. Maar dat is meestal niet de meest efficiënte weg. Laten we de drie vragen er nog eens bij pakken.

Wat moet er allemaal gebeuren?

Een onderwerp kiezen is niet alsof je naar de supermarkt gaat en iets lukraak uit het schap pakt. Zoek je een onderwerp dan moet je…

  • …voor jezelf nagaan of het onderwerp je interesseert.
  • …over het onderwerp (en naastliggende onderwerpen) gaan lezen.
  • …een idee krijgen wat er over dat onderwerp bekend is.
  • …inzicht krijgen in wat er over dat onderwerp nog niet bekend is.
  • …het onderwerp zo gaan kantelen en draaien, dat het voor jou zo boeiend mogelijk is.
  • …een inleiding schrijven die uitkomt op het aspect van het probleem dat jij wilt onderzoeken.

Dat is heel erg veel ‘moeten’. Maar an sich zijn al die ‘moetjes’ veel concreter en kleiner dan ‘Ik moet een probleemstelling schrijven’. Wat er is gebeurd om tot deze to-do-list te komen, is het grote doel (namelijk, bijvoorbeeld: die probleemstelling verzinnen voor dat afstudeerbedrijf dat je niets interesseert) op te knippen in allemaal kleine taakjes. Daardoor wordt het ook makkelijker om je bezig te houden met de volgende vraag:

Wat is daar allemaal voor nodig?

Bij een grote taak als ‘probleemstelling verzinnen’ is dat nog niet eenvoudig te verzinnen. Bij het lijstje deeltaken is dat veel makkelijker. Wil je nagaan of het onderwerp je interesseert, dan helpt een lijstje met plus- en minpunten of mindmappen. Je kunt ook aan mensen om je heen vragen wat ze bij je vinden passen (of hoe je het onderwerp meer passend zou kunnen krijgen). Bedenk dat de meeste onderwerpen interessanter worden naarmate je er meer over weet. Als je bij jezelf enige weerstand voelt, lees dan eens een paar artikelen over het onderwerp. Misschien doe je inzichten of invalshoeken op waardoor je interesse gewekt wordt.

Waarmee je eigenlijk al een beetje begonnen bent met taak twee: over het onderwerp lezen. Wat daarvoor nodig is, is relevante leesstof. Ofwel: naar de bibliotheek, of naar internet. Als je opdrachtonderzoek doet, ga dan ook eens uitgebreid bij je opdrachtgever praten… het liefst met verschillende mensen van verschillende managementlagen.

Hoeveel tijd kosten die taken?

Dit moet je eigenlijk omdraaien: hoeveel tijd heb je? Je kunt het takenlijstje hierboven niet doen in een dag. Dat is eenvoudigweg te weinig voor al die deeltaakjes. Maar wat vaker fout gaat, is dat je veel te veel tijd besteed aan een taak zonder duidelijk doel voor ogen. Sommige studenten verliezen zich echt in het ‘inlezen’ op een onderwerp. En redelijk vaak zijn docenten daar de oorzaak van: die blijven je maar artikelen sturen. Als je het idee hebt dat je ze allemaal moet lezen omdat ze nu eenmaal komen van degene die jou straks een cijfer moet geven, dan kun je als het tegenzit een halfjaar alleen maar aan het lezen zijn.

Timeboxen is in een planning vaak een goed idee. Je bedeelt dan tijd toe aan elke taak. Die tijd besteed je er ook aan. Daarna ga je door met de volgende taak, ook al is de vorige niet helemaal af. Je zult merken dat je voor sommige taken echt te weinig of te veel tijd hebt ingeruimd. Daarom moet je zo’n planning met tijdvakken ook nooit al te ver vooruit maken. Doe je dat wel, dan ben je veel tijd kwijt aan het maken van een planning, en aan het bijstellen van die planning. Een week vooruit plannen en na die week een nieuw stuk van het project plannen is veel efficiënter.

Geruststellend is dat het niet helemaal aan jou ligt: ook bij grote bedrijven met echte projectmanagers gebeurt dat. Daarom lopen zo veel projecten ook zoveel vertraging op, of vallen ze stukken duurder uit. Als je merkt dat je stelselmatig te optimistisch bent met tijdsinschatting, plan dan meer tijd in voor je taken. Maar kijk eerst eens even of je wel alle tijd die je ingepland hebt, ook echt aan de taak hebt besteed.

Timeboxen is alleen maar slim, als je realistisch plant. En gebrek aan realisme is dan ook een veel voorkomend probleem. Da’s fout 2.

Gebrek aan realisme

Als je maar niet uit de startblokken komt bij het schrijven van hun scriptie, kan dat heel goed komen omdat je niet realistisch plant.

Te somber

Dat realismegebrek kan twee kanten uit: sommige studenten zien alleen maar één grote onontwarbare kluwen van dingen die er moeten gebeuren voor het felbegeerde papiertje opgehaald kan worden. Op die manier wordt een scriptie in je hoofd zó veel werk, dat je er tegenop gaat zien als een berg. Als je denkt dat het nooit af komt, dan wordt dat waar. Als je er zelf niet in gelooft dat het af kan komen, dan gaat motivatiegebrek je de kop kosten. Dus stel jezelf een doel waar je wél in gelooft.

Te optimistisch
Maar omgekeerd zien we heel vaak voorbijkomen: je verkijkt je op de omvang van de taak, begint er te laat aan en haalt dan de deadline niet. Sommige mensen maken zich dat ook echt wijs: ‘Ik presteer het best onder tijdsdruk.’ Wat voor de meeste van die mensen nergens op slaat. Dus verschuif he de deadline, maar je motivatie krijgt wel een knak. Want je denkt: ‘Dit is niet gelukt. Wat een stomme taak was dat!’ of ‘Dit is niet gelukt. Ik kan het gewoon niet.’ En dan komt poging 2… maar die gaat met minder motivatie. Dus poging 2 wordt moeilijker dan de eerste poging. Als je planning alleen bestaat uit een rijtje deadlines die je onder elkaar zet, dan werkt een planning averechts.

Planning en discipline

Een planning moet dus realistisch zijn, maar met alleen een realistische planning ben je er nog niet. Om een planning te halen, moet je je er namelijk wel aan houden. En juist bij die discipline gaat het vaak mis. Je probleem is dan niet zozeer de planning, maar uitstelgedrag.

Uitstellen, daar zijn we allemaal ontzettend goed in. Houd daarom bij het maken van een planning rekening met uitstel.

Hoe doe je dat? Twee manieren: